12 2024 • Geen ANBI-status als werkzaamheden zijn gericht op vermaak

Als de feitelijke werkzaamheden van een stichting voornamelijk zijn gericht op ontspanning en vermaak voor de deelnemers, is deze stichting geen algemeen nut beogende instelling.
Een stichting is opgericht op 18 oktober 2021 met als doel de ondersteuning van kwetsbare jongeren in zelfheling en zelfrealisatie. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De statuten vermelden dat de stichting geen winstoogmerk heeft en voor minimaal 90% het algemeen belang dient. In het beleidsplan 2022-2027 staan verschillende projecten en activiteiten vermeld. Daarbij valt te denken aan ademtherapie, energetische massage, kooklessen, en creatieve therapieën, gericht op jongeren met verslaving, depressie en eenzaamheid. De stichting vraagt de status van algemeen nut beogende instelling (ANBI) aan. Maar de Belastingdienst wijst deze aanvraag op 7 september 2022 af. Daarop gaat de stichting in beroep.
Terechte weigering van ANBI-status Rechtbank Noord-Holland stelt vast dat de stichting niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar activiteiten voor minstens 90% het algemeen belang dienen. Hoewel de statuten van de stichting vermelden dat zij geen winstoogmerk heeft en het algemeen belang dient, blijkt uit de feitelijke werkzaamheden dat deze voornamelijk zijn gericht op ontspanning en vermaak voor de deelnemers. Daarnaast is er geen toezicht op de coaches die de activiteiten begeleiden. Verder ontbreken concrete gegevens over het aantal begeleide jongeren en de resultaten van de begeleiding. Het beroep van de stichting op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens. De stichting toont namelijk niet aan dat andere instellingen in vergelijkbare omstandigheden verkeren. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst de ANBI-status terecht heeft geweigerd.
Bron: Rb. Noord-Holland 12-06-2024 (gepubl. 05-12- 2024).
De beschikking van de 30%-regeling liep tot 1 januari 2021. Tegen die beschikking
is geen bezwaar gemaakt, zodat die beschikking onherroepelijk vaststaat. De rechtbank
komt daardoor niet meer toe aan de beoordeling of het einde van het overgangsrecht
Belastingplan 2019 in strijd is met enige wet- of regelgeving.

Hoewel een belastingplichtige een voordeel behaalt met het eigen gebruik van een woning
in box 3, hoeft hij daar niet (extra) inkomstenbelasting over te betalen.

Een bv kan geen aftrek claimen van voorbelasting over activiteiten waarvan de omzet door een zustervennootschap wordt verantwoord.
lees meer
De verhuizing naar een andere woning betekent niet per definitie dat de werkruimte in de oude woning is te heretiketteren tot ondernemingsvermogen.
De verhuizing naar een andere woning betekent niet per definitie dat de werkruimte in de oude woning is te heretiketteren tot ondernemingsvermogen.
lees meer